Lettergrootte
  • A
  • A
  • A

Biografie

Versie keuze
  • > Uitgebreide versie
  • > Verkorte versie

1890
Willem Hendrik Gispen wordt geboren op 7 december in Amsterdam geboren.

1910
Behaalt onderwijzersdiploma en een jaar later Lagere Onderwijs-acte Frans. Reis naar Engeland.

1911-1912
Verblijf in Engeland. Geeft o.a. gitaar- en Franse les. Maakt kennis met de Arts and Crafts movement via publicaties van John Ruskin en William Morris.

1913 - 1915
Studie Bouwkunst aan Akademie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam, hoofddocent Willem Kromhout Czn.

1916
Neemt een jaar voor zijn afstuderen een smederij over aan de Coolschestraat te Rotterdam. Begint atelier voor kunstsmeedwerk en koperbewerking Gispen & Co.

1918
Huwt Annie Gisolf en krijgt drie kinderen. Fabriek verhuist naar Culemborg, de familie naar Utrecht.

1920
Mede-oprichter vooruitstrevende architectenkring Opbouw te Rotterdam.

1925
Bezoekt "Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes" in Parijs. Nederlands paviljoen, waar werk van Gispen te zien is, wint zilveren medaille. Publiceert Het sierend metaal in de bouwkunst" als deel 12 in de serie "De toegepaste kunsten in Nederland" bij uitgeverij Brusse.

1927
Neemt met zijn firma deel aan tentoonstelling "Die Wohnung" in Stuttgart. Ontmoet er de voorhoede van architectuur en design. Publiceert over woonhuisverlichting en organiseert tentoonstelling "Kunstlooze Gebruiksvoorwerpen", welke hij opent met een dialezing.

1928
Verzorgt themanummer "Kunst en techniek" van tijdschrift Wendingen.

1933
Opening Haagse Gispen toonzaal. Gispen ontmoet zijn latere echtgenote Riek van de Griend, eigenaresse van weverij Amstelrode in Ouderkerk aan de Rijn. Gispen neemt vanaf nu zijn speciale weefstoffen af bij deze weverij.

1939
Geboorte zoon Kees.

1942
In hechtenis genomen door de Duitse bezetter wegens aangetekend verzet tegen de Kulturkammer. Duikt na zijn vrijlating onder bij interieurarchitect en meubelontwerper Bas van Pelt op de Veluwe. Pakt oude hobby van schilderen weer op en zal vanaf 1945 met regelmaat exposeren.

1945
Benoemd tot lid adviescommissie voor overheidsbeleid op gebied van industriële vormgeving.

1948
Publiceert boek Schoonheid van industriële producten, het eerste Nederlandstalige boek over industriële vormgeving.

1949-1953
Vertrekt bij Gispen fabriek en start bureau aan huis voor binnenhuisarchitectuur en industrieel ontwerpen. Experiment met door hem opgezet keramiekfabriekje mislukt.

1950
Organiseert samen met architekt Gerrit Rietveld tentoonstelling "Holland Fair" in warenhuis Gimbels, Philadelphia, VS.

1950 - 1953
Doceert weekendcursus industriële vormgeving aan de academie in Den Haag.

1951
Deelname aan Design Congress (19-20 sept, Londen), georganiseerd door Council of Industrial Design (COID). Geeft lezing "Industrial Design in Holland".

1951 - 1957
Schrijft designkritieken voor Elseviers Weekblad en incidenteel voor Het Vaderland en De Telegraaf.

1951
Mede-organisator tentoonstelling "Kunst en Kitsch", Haags Gemeentemuseum. Schrijft inleiding catalogus.

1953
Kleuradviseur verffabriek Vettewinkel, Amsterdam. Werkt mee aan film "Magie der kleuren", samen met antroposoof en kleurenpsycholoog W.F. Zeylmans van Emmichoven.

1955
Eretentoonstelling in Haags Gemeentemuseum i.v.m. 65ste verjaardag.

1960
Stopt als ontwerper.

1963 - 1965
Laat naar eigen ontwerp een aantal bungalows bouwen in La Formaca, een gehucht aan de Spaanse Costa Brava, waarvan hij er zelf een betrekt.

1970
Leert etsen van grafisch kunstenaar Dirk van Gelder aan de Koninklijke Academie in Den Haag. Exposeert regelmatig etsen en zeefdrukken.

1980
Eregast op tentoonstelliing "Gispen lampen 1916 - 1949", Stedelijk Museum, Amsterdam

1981
Overlijdt na een kortstondig ziekbed op 10 mei in Den Haag.

Willem Hendrik Gispen wordt geboren op 7 december 1890 in Amsterdam.
Gispen volgt de lagere school van 1896 tot 1899 in Amsterdam en maakt deze af in Utrecht waar het gezin in 1899 naar toe verhuist.
Van 1902-1908 volgt hij de rijks-HBS, alwaar zijn interesse voor kunst en literatuur wordt aangewakkerd. Hier neemt Gispen zich voor zich te bekwamen in de Engelse taal- en letterkunde.

Gispen gaat werken op een Rotterdamse Volksschool. Hier is ook zijn toekomstige vrouw Annie Gisolf werkzaam. In de avonduren haalt zijn Lagere-Onderwijs akte Frans (3-8-1911). Hierna besluit hij in Engeland te gaan werken waar hij ondermeer Franse en Nederlandse les geeft op verschillende scholen. In deze tijd neemt, door kennis te nemen van literatuur zoals rijk geïllustreerde boeken van bijvoorbeeld J. Ruskin, zijn belangstelling voor kunst toe en legt hij zich meer toe op tekenen. Gaandeweg komt Gispen er achter dat zijn toekomst niet ligt in het onderwijs en besluit hij in Nederland een opleiding te gaan volgen.

In 1913 stroomt Gispen, na privé-lessen van architect C. J. Hemmes in Bouwkunde te hebben gekregen, in in het tweede jaar van de afdeling Bouwkunde aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam. Tijdens zijn studie werd hij sterk beïnvloed door leraren als W. Kromhout. Hij stopt voortijdig in 1914 door ondermeer de oorlogsdruk. Hierna gaat Gispen als volontair werken bij architect J. van Wijngaarden. In 1916 solliciteert hij op een vacature voor tekenaar en ontwerper bij de fabriek voor smeedwerken Bettenhaussen in Rotterdam, waar hij op basis van zijn map tekeningen en ontwerpen een baan als tekenaar-ontwerper krijgt. Gispen vertrekt echter na 3 maanden omdat de toegezegde salarisverhoging uitblijft.

Op 4 september 1916 koopt Gispen een kleine smederij in Rotterdam. Hiervoor leent hij een bedrag van drieduizend gulden. Op 9 november in datzelfde jaar, krijgt hij een vergunning om twee elektromotoren te plaatsen. Hij begint met twee personeelsleden en W.H. Gispen & co is een feit. Hij legt zich toe op kunstsmeedwerk en constructie werk. Voor de meeste producten levert hijzelf de ontwerptekeningen. In 1917 kan hij zijn bedrijf reeds uitbreiden. Gispen probeert meteen architecten tot zijn klantenkring te krijgen door hen met zijn map met tekeningen en ontwerpen van siersmeedwerk te bezoeken.

Op 15 oktober van datzelfde jaar sluit hij een vennootschap met G. P. Blom. Zij openen kunsthandel Het Gulden Vlies aan de Schiedamsesingel te Rotterdam. Vanaf februari 1918 is Miep Kools daar werkzaam. Het ligt in de bedoeling om elke veertien dagen van expositie wisselen.
Gispen produceert onder andere hekken voor een villa, gebouwd door Kromhout voor B. Buys te Noordwijk aan Zee. Gispen liet zich onderwijzen in het smeedwerk door zijn werknemer Hoogwoud waardoor hij alle mogelijkheden nog beter kon toepassen.
Het bedrijf groeit gestaag en op 5 december 1917 wordt de ruimte alsmede het materieel uitgebreid. Het personeel bestaat intussen uit tweeëntwintig man en werkzaamheden kunnen worden uitgebreid, waardoor ondermeer ook aan koperbewerking kan worden gedaan. Gispen maakt vervolgens ontwerpen die zeer rijk zijn aan ornamenten en een blijk zijn van zijn kunnen. Invloed van ondermeer gotische en islamitische decoratievormen zijn terug te vinden in zijn werk. Hierin is hij onder andere beïnvloed door Kromhout. Maar ook maakt hij ontwerpen met een eenvoudiger structuur en zijn ze voorbeelden van ‘ingetogen schoonheid’.
In februari en maart 1918 heeft Gispen een monsterkamer op de Jaarbeurs te Utrecht. Hier showt hij smeedijzer werk, maar ook van koper en brons. Critici waren vol lof.

Op 18 april 1918 trouwt Gispen met Annie Gisolf.

In 1919 verhuist Gispen met zijn bedrijf naar Voorhaven 101 in Delfshaven. Hij verandert de naam in N.V. Gispen’s Industrieele Ondernemingen en eind 1919 in Gispen’s fabriek voor Metaalbewerking N.V. De firma gaat zich toeleggen op de productie van ondermeer haarden, hekken, lampen en houtenmeubelen. Maar ook op gesmede of gedreven voorwerpen zoals haardstellen, waterverdampbakjes, haardschermen alsmede ook op klokken en lichtbakken.

Op 30 januari 1919 wordt Gispen’s zoon Steven geboren. Waarschijnlijk heeft vader Gispen voor hem de familiewieg ontworpen die nu in het Boymans-Van Beuningen Museum in Rotterdam is opgenomen. Op 19 juni 1921 wordt dochter Antoinette geboren.
Gispen wordt lid van de Vereniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst (VANK) en het Rotterdamse architectengenootschap Bouwkunst & Vriendschap. In 1920 is hij één van de oprichters van een nieuwe ‘architectenkring’ met de naam ‘Opbouw’. De contacten en discussies leverden nieuwe ideeën en werk op.

Gispen adverteert met regelmaat in (vak)bladen zoals in Wendingen en De Stijl en in kranten. Hij probeerde een goede naam op te bouwen bij opdrachtgevers van grotere projecten met moderne en spraakmakende ontwerpen en voor te lopen op nieuwe ontwikkelingen.

Op kleine schaal wordt begonnen met serieproduktie van gegoten koperen lampjes. Lampen gaan een steeds grotere plaats innemen in de totale produktielijn. Gispen getuigt van zakelijk en psychologisch inzicht door ondermeer architecten zijn ontwerp van een glazen bollamp, gevat in een smeedijzeren en koperen zetting, op een briefkaart toe te sturen.

In 1922 komt de produktie van bronzen raam- en deurprofielen van de grond. De bronzen voorpui, een primeur in Nederland, verschaft in dit jaar de stabiele basis van het bedrijf. Vanwege de financiële situatie werd de meubelmakerij gesloten en de smederij verkeerde ook in moeilijkheden. De unica bleken veel te kostbaar en daarmee waren ze teveel afhankelijk van de kooplust van rijke klanten. Door over te schakelen naar een utiliteitsprodukt speelden ze in op een verschuiving in het denken van architecten en ontwerpers. Men gaat in de woningbouw toewerken naar een zo groot mogelijke standaardisatie.

In 1922-1923 volgt Gispen avondlessen aan de academie om zijn tekenvaardigheid op peil te houden. De inschrijving bij de Vereeniging Nederlandsch Fabrikaat (VNF) en het handelsregister als ook de fabricage van bronzen profielen duiden op verandering in de doelstelling van de Firma Gispen in de richting van het zakelijke.
In 1923 maakt Gispen sobere serieprodukten zoals plafonniers en winkelpuien.

In 1924 krijgt hij een grote opdracht van de Provinciale Staten van Gelderland. Gispen wordt gevraagd verschillende meubelen, lampen en de inrichting van en aantal vergaderzalen voor het nieuwe provinciehuis in Arnhem te ontwerpen. Hiervoor past hij ondermeer in serie vervaardigde armaturen met matglazen ballons in een zetting van smeedwerk en koper. Het totale interieur geeft het dualisme weer dat telkens terugkomt in Gispens werk. Een combinatie van verschillende stijlvormen en decoratieve elementen.

De benzine pomp die Gispen ontwierp in 1924 is ook een duidelijk voorbeeld van dualisme, maar ook een die de verandering in de opvatting toont ten gunste van het industriele produkt en is ontworpen om in grote aantalen te kunnen worden geproduceerd.
Sinds 1927 zijn de eerste lampen die sindsdien bekend zijn onder de naam Gisolampen. Ze zijn een logisch vervolg van de door Gispen ingeslagen weg van machinale serieproduktie. Vanaf 1926 liet hij de glazen ballons maken in Duitsland. Specifiek voor de Gisolampen was het Gisoglas; de beste soort kristalglas en overtrokken met een filmpje van wit glas.

Gispen neemt in de loop der jaren deel aan verscheidene tentoonstellingen en manifestaties. Ook geeft hij meerdere catalogi over zijn werk uit. Gispen heeft veel aandacht besteed aan het imago, door de nadruk te leggen op technische en esthetische kwaliteiten.
In 1927 laat J.J.P. Oud, als huwelijksgeschenk een pianolamp, genaamd Giso no 404 uitvoeren bij Gispen. Het werd een lampje waar de ruimte-compositie van stereometrische vormen in tot uitdrukking komt. Aangezien tekeningen vernietigd zijn is niet meer te achterhalen wie welk aandeel in de tot standkoming van het ontwerp heeft gehad. Later neemt Gispen echter het lampje in produktie. De periode dat hij een strakke op stereometrische volumen gebaseerde ontwerpstijl handhaafde duurde maar kort. De firma Gispen verkrijgt het lidmaatschap van de Bond voor Kunst in Industrie (BKI).

In 1929 ontstaan zakelijke contacten met C.H. van der Leeuw. Dit contact gaf Gispen de doorslag om op grotere schaal buismeubelen te gaan produceren. Eerst begon hij slechts met enkele prototypen. Hij begon met een prototype van een achterpootloze stoel. Dit bleek een nauwkeurige copie te zijn van een stoel van de hand van Mart Stam, die later het auteurschap van deze stoel dan ook opeist. De door Gispen vervaardigde versie wijkt af op twee punten van de tekening. Gispen gaat met meerdere buisstoelen experimenteren. Op 7 augustus 1929 wordt begonnen met de serieproduktie van stalen meubelen van de Gispenfabriek. Gispens fabriek begon als eerste in Nederland met de fabricage van stalen buismeubelen voor het wooninterieur. Ook introduceerde hij de bakelitenarmleggers.
Er wordt in opdracht meubilair ontworpen voor de villa van de familie Van der Leeuw en de Van Nelle Fabriek. Maar ook voor het GEB in Rotterdam en Dudoks raadhuis in Hilversum.

In 1930 begint de samenwerking met grafisch vormgever Paul Schuitema. In dat zelfde jaar verschijnt Gispens eerste metalen meubelencatalogus waar Schuitema aan heeft bijgedragen. Na een half jaar intensief samenwerken gaat Gispen na kennis te hebben genomen van de beginselen van de Nieuwe Fotografie zelf fotograferen.

In 1931 pas begint Gispen met fabricage van achterpootloze stalen stoelen. Voornamelijk hierdoor staat hij nu nog altijd in de belangstelling. Stam en Mies van der Rohe waren al jaren eerder begonnen met het ontwerpen van achterpootloze stoelen en waren ondermeer te zien tijdens de tentoonstelling in 1927 in Stuttgart. Alleen de stoel van Mies kon toen veren en hij had dan ook in Duitsland het octrooi verkregen omdat zijn ontwerp een verbetering bleek van het ontwerp van Nolan, een Amerikaan die als eerste patent had verkregen in Amerika. Ook Stam had achterpootloze modellen ontworpen, maar vooralsnog geen verende stoelen. De firma Thonet, waaraan het auteursrecht op Stams ontwerp was overgedragen maar hierop geen octrooi bezat, probeerde Gispen de de fabricage te verbieden. De rechter deed echter een uitspraak in Gispens voordeel door bij deze stoel ‘de technische vondst’ te benadrukken in plaats van het een artistieke vinding te noemen. Gispen zelf, probeerde op zijn beurt het octrooi van Mies van der Rohe aan te vechten.

Ook modellen van Gispen werden ‘gecopieerd’. Zoals door de beheerder van een toonzaal in Engeland die zelf Gisolampen ging namaken en niet verhinderd werd omdat de Gisomodellen in Engeland niet gedeponeerd waren.
Gispen heeft zich beziggehouden met het inrichten van interieurs. Echter veel (binnenhuis)architecten kozen zelf hun ‘Giso’s en Gispen meubelen al dan niet met andere fabrikaten en stelden hiermee een interieur samen.

De fabriek is intussen uitgebreid. Zo is er een perserij, lasserij, walserij, bronzerij, schilderswerkplaats en glasslijperij. Met daarbij nog de tekenkamer, administratie en de expeditie. Ook al waren veel afdelingen verregaand gemechaniseerd, kwam er bij de fabricage van meubelen nog veel handwerk aan te pas. Bij het stalen buismeubel bijvoorbeeld, waren het werk aan de buigbank, het lassen en stofferen arbeidsintensieve karweien. Gispen gaf ook veel aandacht aan de kwaliteit van het chroom. Omdat chroom poreus is kreeg het staal eerst een laag rood koper, waarna het twee keer werd vernikkeld en ten slotte verchroomd.

In 1932 heeft ook Gispen te lijden onder de economische crisis. Mede door de aanschaf van nieuwe machines, maar ook door de waardeloos geworden beleggingen in Duitsland en hoge investeringen in toonzalen in het buitenland waar weinig voor terug kwam. Er wordt een syndicaat van sympathisanten opgericht om het bedrijf van een faillissement te behoeden. Op 1 november treedt W.F. van Osselen in dienst als mededirecteur. Gipsen wordt ‘artistiek directeur’. Er wordt een voorzichtiger koers gevaren. Er wordt overgegaan op grootschaliger seriewerk.
Gipsen zorgt voor enige opschudding door in navolging van Paul Schuitema het ‘hoofdletterloze tijdperk’ in het drukwerk te introduceren. 1934 De fabriek verhuist naar Culemborg.

In 1935 begint Gispen met de vervaardiging van stalen en plaatstalen kantoormeubilair onder de naam Stalachrome.
In 1937 trouwt Willem Gispen met Riek van de Griend, die de beheerder was van de toonzaal Gispen in den Haag, nadat hij eerst zich had laten scheiden van zijn eerste vrouw. Riek is betrokken bij de oprichting van weverij De Amstelrode, die bekledingstoffen zal weven en tapijten knoopt voor de Firma Gispen. Gispen krijgt dit jaar ondermeer opdracht voor de inrichting van de verbouwde woonvleugel van Soestdijk. Ook wordt Gispen gevraagd te leveren aan het schip de Nieuw Amsterdam van de Holland – Amerika lijn.
In 1939 werd een overeenkomst gesloten tussen Gispen en zijn vennoten, opdat zijn benoeming als directeur verlengd zou worden met vijf jaar en daarna telkens met een jaar. Ook wordt bedongen dat na beëindiging van het dienstverband Gispen gedurende een jaar zijn ontwerpaktiviteiten in dezelfde branche niet naar buiten zou mogen brengen. De samenwerking tussen beide directieleden ondervind wat strubbelingen. Mede doordat Stalachrome een steeds grotere rol speelde binnen het bedrijf was er voor Gispen als ontwerper minder uitdaging.
In 1940 wordt Gispen voorzitter van de BKI, waar hij allang aktief bij betrokken was. Nu zijn ontwerpen niet meer worden uitgevoerd legt hij zich meer toe op kunstschilderen.

Op 4 september 1941 herdenkt Gipsen op bescheiden wijze het 25-jarig bestaan.
Het uitbreken van de oorlog heeft allerlei gevolgen voor bedrijfsvoering, wat betreft een afname in opdrachten en vervoersproblemen. De oorlogsmaatregelen leveren een nieuw model lamp op; een verduisteringslamp waarmee men alleen de overgordijnen zou behoeven te sluiten. Om de fabriek draaiende te houden vervaardigt Gispen halffabrikaten bestemd voor de Duitse Wehrmacht. Deze fabricage gebruikte Van Osselen in een verzoek tot vrijstelling van de Arbeitseinsatz voor het personeel. Tegelijkertijd zet Gispen zijn handtekening als één van de tweeduizend kunstenaars, onder een brief aan de Rijkscommissaris waarin zij hun bezwaren uiten tegen de op handen zijnde “Kulturkammer’. Gispen wordt hierdoor met enkele andere ondertekenaars twee keer gearresteerd en in hechtenis genomen. Na vrijstelling heeft hij zich tot het eind van de oorlog schuilgehouden op de Veluwe.

Na de oorlog komt de produktie van lampen moeizaam op gang, evenals de fabricage van stalen stoelen door gebrek aan materiaal. Pas in 1948 werd de lampenproduktie door nieuwe ontwerpen gestimuleerd. De communicatie tussen beide directeuren verloopt stroef.
In 1948 brengt Gispen het boek “Schoonheid van Industriële producten. Gispen geeft aan afstand te hebben genomen van het ideeëngoed van De Stijl en het functionalisme, dat probeerde het begrip schoonheid te objectiveren. Producten dienden volgens die gedachte alleen een praktisch doel en hun uiterlijk stond geheel in dienst daarvan, waardoor ornamenten ed. verdwijnen. Hij beschrijft de strijd tussen voor- en tegenstanders van het ornament als een strijd tussen romantiek en realisme. Gispen vindt beide uitersten te verregaand. Hij pleit ervoor om kunstenaars in te schakelen bij het ontwerpproces. Economen en ingenieurs zouden overtuigd moeten worden van de commerciële waarde van een goed ontworpen produkt.

Het 25-jarig bestaan van de BKI werd gevierd met een tentoonstelling in Het Stedelijk Museum te Amsterdam en had het motto “goed maar mooi’. Als teken van waardering voor de persoonlijke verdiensten van de voorzitter van de BKI wordt Gispen benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. Het is in zekere zin Gispens afscheidsfeest. Datzelfde jaar stapt hij op bij de firma die nog altijd zijn naam voert. In naam behoudt hij de functie van esthetisch adviseur van de fabriek, maar in de praktijk stelt dat weinig voor. Contractueel was vastgelegd dat Gispen gedurende een jaar mocht ontwerpen en laten uitvoeren door een concurrerende firma. Gispen begint een eigen bureau voor binnenhuisarchitectuur en industrieel ontwerpen aan huis. Op die wijze kon hij in eigen beheer wel ontwerpen uit laten voeren.

In 1950 ontstaan twee nieuwe stoelmodellen, waar in beide mahoniehout in combinatie met multiplex voorkomt.
Gispen heeft al eerder in een brief aan Van Osselen gewezen op de succesvolle experimenten van de Amerikanen met nieuwe constructies en modellen, waarmee hij doelde op gelamineerd hout en demontabele meubelen, waarmee Van Osselen echter niets doet. De fabriek Gispen krijgt in 1953 uitbreiding van het ontwerpersteam in de vorm van Wim Rietveld, die in een weekend-cursus aan de Haagse Academie les had gehad van Gispen. Pas dan gaat de firma Gispen zich wagen aan enkele moderne woonmeubels waarin gelamineerd hout verwerkt is, gebaseerd op meubels van Charles Eames.

Gispen is medeoprichter van firma Kembo. Gispen gaat verder met ondermeer het ontwerpen van Kembo-stoelen en een serie hanglampen. Verder gaat hij kleurenpsychologie bestuderen om bewuster een kleur te kunnen koppelen aan een specifieke bestemming. Zijn gedachte over kleurtoepassing en vormgeving is te zien in een tentoonstelling ‘kleur’ gehouden in Het Stedelijk Museum in 1959.

Van 24 december 1955 tot en met 28 januari 1956 wordt een ere-tentoonstelling gehouden over Gispens werk in het Haagse Gemeente museum ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag. De meubels, ontworpen tussen 1950 en 1955, laten zien dat Gispen een eigen weg probeerde te vinden tussen verscheidene tendensen vanuit verschillende landen. In een gepubliceerd interview geeft hij aan dat voorheen men zich richtte op ‘het ding’ en het vervangen van “iets lelijks door iets moois”. Maar dat in de loop der jaren het belangrijker was geworden dat de mens een mooi produkt moest kunnen gebruiken. Bij een ontwerp werd nu eerst een analyse gemaakt waarbij elk aspect van vorm en gebruik benaderd werd. De Kembo-produkten werden dan ook ‘geestig, speels en spits’ genoemd.

Door de weelderiger vorm en toename van het curvi-lineaire waren de stoelen en lampen niet zuiver zit- en lichtapparaten meer. Dit subject-karakter kenmerkt de stoelen uit de jaren vijftig. Op enkele sobere armaturen en tafels na die daardoor een tijdlozer uiterlijk krijgen. Ook ontwerpt Gispen eigen decoratieve meubel- en gordijnstoffen.

Eind jaren vijftig ontwerpt hij ook voor andere fabrieken. Nieuw ten opzichte van Kembo produkten is een serie stoelen waarvan de zitting en de rug in een vorm geperst waren en van in plastic gedrenkt hout. Deze zogeheten zitschalen krijgen een grote bekendheid in schoolmeubilair. Feitelijk waren Eames en Saarinen voorlopers van deze ontwikkeling maar Gispen heeft nooit, op deze zitschalen na, puur kunststof toegepast voor het zitgedeelte van zijn stoelen.

In 1962 komt Emmein Staal met Gispens Facto bureaus op de markt. Ondertussen pleit Gispen voor opname van moderne kunst in de woonomgeving. In de jaren zestig begint de herwaardering van kunst en kunstnijverheid waarbij het internationale functionalisme opnieuw in de belangstelling komt. Werk van Gispen maakt vervolgens deel uit van verscheidene tentoonstellingen. Ondermeer van 4 juli tot en met 24 augustus 1980 in Het Stedelijk Museum met “Gispen Lampen 1916-1949”. Willem Gispen en zijn vrouw zijn eregasten bij de opening. Er is grote belangstelling voor de tentoonstelling en de 1700 exemplaren van de tentoonstellingscatalogus zijn snel uitverkocht.

Op 10 mei 1981 overlijdt Willem Gispen na een kort ziekbed op de leeftijd van 90 jaar.