Lettergrootte
  • A
  • A
  • A

Diagonaal Stoelen

Diagonaal Stoelen

De Gispen g.s. no 1 (1930) met stalen buis en een zitting bestaande uit triplex op stalen veren, bekleed met kunstleer.
De Gispen g.s. no 2 (in 1933 no 103 met de maten: h. 85, br. 48, d. 43 en zithoogte 45 met een buisdoorsnede van 19 mm; er is dan ook een model met armleuningen no 203) heeft hetzelfde model maar de zitting is gevlochten van of gevlochten banden linnen canvas (in blauw, rood of tegen meerprijs zilvergrijs) of hele banen canvas (in dezelfde kleuren, tegen dezelfde condities).

Al deze stoelen zijn zogenaamde ‘diagonaalstoelen’: de buis van de voorpoten buigt onder een scherpe hoek naar boven en naar achter en is de diagonaal van het trapezium, gevormd door de voor- en achterpoten, zitting en vloer. De aanvankelijk ebonieten armleuningen werden in 1931 vervangen door de standaard bakelieten (Gisolite) armlegger voor stoelen met armleuningen. De exemplaren met ebonieten armleggers zijn dus uiterst zeldzaam. Alle vernikkelde meubelen zijn zeer zeldzaam, want slechts een jaar geproduceerd. Het prototype van de diagonaalstoel werd in november 1927 getoond op de expositie ‘Kunstlooze Gebruiksvoorwerpen’ in Rotterdam. De diagonaal stoel bouwde voort op Rietvelds beugelstoelen (1927) en op Breuers principe van de achter de rugleuning overkragende buis (1926). Door een handige combinatie van die elementen ontstond toch een typisch Gispen-model uit een gebogen buis met twee gelaste tussenverbindingen.