Lettergrootte
  • A
  • A
  • A

Gispen no 101 en 201

Gispen no 405

Achterpootloze stoel, blank gevernist, of zwart gebeitst, gelamineerd hout, gelakt stalen buis. Vanaf 1933 gaat de no 20 door als no 101. Gispen kende Stam en de fabriek heeft zelfs een prototype in doorlopende stalen buis vervaardigd. Waarschijnlijk was Gispen te duur en wilde de sociaal bevlogen Stam zijn stoelen betaalbaar op de markt brengen. Gispen sleutelde aan de proporties en het uiterlijk, zodat het uiteindelijke model als een esthetische verbetering op het oermodel van Stam kon gelden. Bijzonder aan de no 20 (101) is de lenige lijnvoering, die het stoeltje een zekere visuele elasticiteit meegeeft. De 101 is in twee maten uitgevoerd, te weten smal model; h. 83, br. 37, d. zitting 42, zith. 47, buisdiameter 22 mm; breed model: h. 83, br. 41, d. zitting 42, zith. 47, buisdiameter 25 mm).

Gispen no 201

Wat betreft de no 101, werd Gispen van plagiaat beschuldigd en wel met betrekking tot de achterpootloze stoel van Mart Stam. De uitspraak van de rechter was in het voordeel van Gispen namelijk dat de achterpootloze stoelen niet te beschouwen waren als ‘voortbrengselen van kunstambacht of kunstnijverheid’, maar dat het vrijzwevende karakter werd gezien als een voortvloeisel uit het toepassen ‘van een technische vinding op de nijverheid’. Dit was een opmerkelijke uitspraak omdat in andere processen, gevoerd door Thonet, het auteursrecht van de Stam-stoel wel was erkend. De weg was nu echter vrij om de achterpootloze stoelen zonder wettelijk beletsel te produceren.

Achterpootloze stoel. Bij de ‘Stam’-stoel was de grote buislengte van de zitting een zwak punt. Het buigpunt naar de rug toe lag een stuk voorbij de achterlijn van de grondslee. Voor het oog lijkt dat het tarten van de zwaartekracht. Gispen had dat bezwaar ondervangen bij de 101 (en 104). Het achterste punt van de rugleuning bevond zich loodrecht boven de achterste lijn van de slede. Dit betekende een duidelijke proportieverandering. Vooral no 101 was door een aanzienlijke breedtereductie harmonischer dan die van Stam. No 101 was er in 2 uitvoeringen: een smal model van 37cm breed en een 4 cm breder model. (Deze laatste was 4 cm smaller dan die van Stam). De Gispen was met zijn 83 cm , 1 cm hoger dan Stams’ ontwerp; de zithoogte was 2 cm meer, namelijk 47 cm. Door de multiplex rug en zitting had Gispens no 101 geen verstijvingsstang nodig. De welvingen in de slede maakten dat de stoel op twee punten en een lijn op de grond steunde; hiermee werd het wiebelen op ongelijke vloeren voorkomen.

De buis onder de gelamineerde houten, gebogen zitting volgde de welving van deze zitting. De rugleuning en de zitting waren zichtbaar aan de buis verbonden met een hulsmoer met een gladde ronde kop en een bout waarvan de kop, met een schroefgleuf zodanig van vorm was dat hij in de gefreesde opening mooi een geheel vormde met de buis. Alles vanuit het functionalistische idee dat je de verbinding tussen twee verschillende delen in het zicht moest laten en eventueel accentueren. De moderne replica’s (Dutch Originals) zijn gebaseerd op de veranderingen die in de jaren vijftig zijn doorgevoerd: een wat bredere maatvoering, geheel rechte buis en een bevestiging van rug en zitting die niet zichtbaar is.

Gispen no 101

Stoel no 201

Dit type, ontworpen in 1933, is begonnen als no 21 en werd later no 201 genoemd. Feitelijk is dit de armstoel versie van no 101.
Dit model is dan ook, evenals de no 101 uitgevoerd in twee maten. (Zie voor de maten no 101).