Lettergrootte
  • A
  • A
  • A

Visie

Ontwerpen van de hand van Willem H. Gispen (1890-1981) zijn nog altijd gewild. Een aantal meubels en lampen krijgt nog immer bij liefhebbers een plaats in huis en wordt ook nog altijd toegepast als kantoor- en projektmeubilair.
Verklaring voor deze populariteit ligt ondermeer in het feit dat Gispen bij het ontwerpen met succes heeft geprobeerd een balans te vinden tussen artisticiteit enerzijds en het afstemmen op de markt anderszijds. Hierbij ging hij veelal probleemoplossend te werk en werden ogenschijnlijk tegenstrijdige eisen verenigd tot een oplossing die de klant of opdrachtgever kennelijk tevreden weet te stellen. Gispen heeft altijd getracht een goede naam op te bouwen bij ondermeerarchitecten. Tegelijkertijd wilde hij ook de consument, die doorgaans wel met zijn tijd mee wilde gaan, maar niet extreem modern was, tot zijn klantenkring behouden. In zijn ontwerpen is de invloed van de ‘tijdsgeest’ merkbaar en is de ontwikkeling die Gispen hierin heeft doorgemaakt te zien. Gispen groeide op in een tijd waarin ontdekkingen en uitvindingen leidden tot een versnelde verandering in het tijdsbeeld. Ook ontstonden nieuwe denkbeelden over architectuur en kunstnijverheid. “Het uiterlijk diende de gebruiksfunctie van het gebouw te symboliseren”. In 1893 werd de basis gelegd van Art Nouveau oftewel de Nieuwe Kunst. Er werden voor die tijd spraakmakende gebouwen gebouwd die wellicht Gispens aandacht getrokken hebben.

Gispen is mede sterk beïnvloed door zijn leraar bij Bouwkunde, W. Kromhout met zijn ‘monumentaal expressionistische architectuur en voorkeur voor islamitische en gotische bouwkunst’. Deze invloed is merkbaar in ondermeer zijn ontwerpen van ingenieus en weelderig smeedwerk. Aanvankelijk ontwierp hij in weelderige stijl maar had hij zelf een voorkeur voor een rustige en soberder stijl hetgeen tot uitdrukking kwam in lampen en meubels die hij ontwierp voor eigen gebruik. Gispen ‘groeide’ als ontwerper dan ook op in een tijd waarin een nieuwe stroming ontstond met het accent op zakelijker en functionelere producten; de nieuwe zakelijkheid. Er zijn ontwerpen van zijn hand waarin de overgang of combinatie van deze 2 stijlen merkbaar zijn, enerzijds met nog weelderige accenten en anderzijds uitgevoerd in strakkere belijning en vormgeving. (Een voorbeeld is de benzinepomp van BPM, 1924).

In 1923 begon Gispen ook een marktverkennende serieproductie van lampen die vanaf 1927 het gedeponeerde handelsmerk Giso werd gekoppeld. Ontwerpen leidden tot standaardisatie waardoor onderlinge combinaties van de verschillende onderdelen mogelijk werden. Combinaties van mat of glanzend opaal Gisoglas met bruin of zwart gebronsd, mat of gepolijst vernikkeld of verchroomd koper metaal. Metalen onderdelen werden in de fabriek geproduceerd terwijl de glazen bollen en kelken naar constructietekeningen geblazen werden door een firma in Duitsland (1). Vervolgens werden ze in de fabriek geassembleerd. Zo heeft Gispen aan serieproductie gedaan maar ook aan productie van unica, ondermeer door in serie vervaardigde armaturen toe te passen in bijvoorbeeld lampen in een gelimiteerde serie.
In zijn latere werk, ondermeer Kembo, neigt Gispen steeds meer naar het terugbrengen van schoonheid in gebruiksvoorwerpen. Hiertoe past hij ondermeer zijn studie ‘kleurenpsychologie’ toe. Voorafgaand aan een ontwerp werd eerst een analyse gemaakt waarbij elk aspect van vorm en gebruik benaderd werd. De Kembo-produkten werden dan ook ‘geestig, speels en spits’ genoemd. Ook pleit hij voor meer toepassing van moderne kunst in interieurs.

Er zijn kwesties geweest waarin Gispen van plagiaat beticht werd. Tegenwoordig wordt het vernieuwen van een reeds bestaand product ‘styling’ genoemd. Bij de eerste stalen buismeubelen van Gispen had hij vormvondsten van anderen gebruikt, die hij echter op eigen wijze toepaste. De rechter deed in het geval van de achterpootloze stoel, die een variant was op een buisstoel van Mart Stam, een uitspraak in Gispens voordeel door bij deze stoel ‘de technische vondst’ te benadrukken in plaats van het een artistieke vinding te noemen. Zo zijn ook ontwerpen van Gispen meerdere malen geplagieerd. Gispen heeft zich echter niet toegelegd op puur technische vindingen. Feitelijk zijn de meeste producten van hem technisch gezien ook niet erg complex. Indien dat wel vereist werd liet hij zich hierin adviseren door specialisten en constructeurs van de tekenkamer.
Menig van zijn ontwerpen valt onder de noemer van ‘op nijverheid toegepaste kunst’.

Gispen heeft een aanzienlijk aantal ‘bestsellers’ ontworpen en geproduceerd, zoals de tafelstoelen 101 en 201 en de fauteuil 412, die overigens weer in herproductie genomen zijn.

Willem Gispen is op 10 mei 1981 gestorven op de leeftijd van 90 jaar.